Voorwoord
Voor u ligt de laatste kadernota van deze bestuursperiode. Uit de laatste kadernota blijkt hoe wij de gemeentefinanciën willen doorgeven aan de volgende bestuursperiode. Er zijn goede stappen gemaakt volgens de afspraken uit het collegeakkoord 2018-2022. De gemeentefinanciën staan er beter voor dan vier jaar geleden. De schuldquote is gedaald en we hebben een sluitende meerjarenbegroting. Daarmee is het werk niet klaar, maar we laten wel een financieel mindere periode achter ons.
Ook in de volgende bestuursperiode moet er gewerkt worden aan de woningbouw, de kansen om mee te doen in de samenleving, de verkeersveiligheid in de gemeente, de duurzame ambities op het vlak van klimaatadaptatie en de energietransitie en niet in de laatste plaats de opgaven in het sociaal domein als het gaat om de zorg voor kwetsbare inwoners en kansengelijkheid. En ook dan zijn er ongetwijfeld weer onzekerheden over de middelen die de rijksoverheid wel of niet beschikbaar stelt.
Het college is verheugd over de ontwikkeling die de gemeentefinanciën heeft doorgemaakt. We geven aan de nieuwe bestuursperiode een structureel sluitende begroting mee, met een schuldquote die lager is dan 100% en de komende periode verder kan dalen. In de begroting 2022 en volgende jaren kan beschikt worden over de reserve grondbedrijf zoals die nu is opgebouwd: incidenteel € 2 miljoen. Uit de lopende grondexploitaties zullen voldoende winsten komen om de reserve weer aan te vullen met meer dan 2 miljoen.
In deze kadernota stellen we, naast een aantal kleinere zaken, voor om de zwembaden en vooral de gebruikers van de zwembaden een mooi perspectief te bieden. Hiervoor zijn verschillende scenario's uitgewerkt. Wij kunnen kiezen voor het scenario openhouden van drie zwembaden en toekomst gericht verbeteren. In de kadernota laten wij zien dat we ons dit kunnen veroorloven. De keuze zelf wordt in een later debat gemaakt.
Tot slot stellen wij voor om uit te gaan van een bijstelling van de financiële systematiek voor het gemeentelijk rioleringsplan. In het huidige en lopende GRP heeft uw raad vastgesteld dat jaarlijks een bedrag van € 1 miljoen geïnvesteerd wordt in vervanging van de riolering. Dit bedrag wordt direct doorberekend in het tarief voor rioolheffing. Wij stellen voor om bij het nieuwe GRP dat vanaf 1 januari 2022 ingaat, weer over te gaan op het activeren en afschrijven gedurende 40 jaar van vervangingsinvesteringen. Hiermee brengen we de systematiek (weer) in overeenstemming met de landelijk meest gangbare systematiek bij gemeenten.
Het gevolg van de wijziging in systematiek is dat alleen de kapitaallasten (afschrijving en rente) van de investeringen in het riooltarief worden doorberekend en niet het bedrag van de investering zelf.
Hierdoor verlagen we in 2022 de lasten voor de rioleringsheffing structureel met € 39 voor een persoonshuishouden en € 45 voor een meerpersoonshuishouden.
Rol van de kadernota in de cyclus
De door de raad vastgestelde Planning en Control cyclus bestaat uit de Kadernota, Programmabegroting, Zomernota en de Jaarverantwoording. Via deze Kadernota stelt de raad in hoofdlijnen vast wat zij wil bereiken en wat dit mag kosten. In de Kadernota gaan we in op veranderingen in het financiële perspectief, trends en ontwikkelingen, wijzigingen in het bestaande beleid en de invulling van nieuw beleid. Binnen deze hoofdlijnen stellen wij de Programmabegroting op. Hierin staat wat wij concreet doen om de doelstellingen te bereiken. De Programmabegroting bieden wij in het najaar aan. De kadernota en straks de meerjarenbegroting wordt volgens één set van uitgangspunten opgesteld. Deze set is achter deze kadernota gevoegd, waarmee voor iedereen goed is terug te vinden hoe is omgegaan met loon- en prijsstijgingen en welk beoordelingskader is gehanteerd voor onvermijdelijke ontwikkelingen en te maken keuzes.
De Kadernota en de Zomernota (die informatie bevat over het lopende begrotingsjaar) bieden wij de raad gelijktijdig aan. Structurele effecten die voortkomen uit de Zomernota nemen we hierdoor direct al mee in de Kadernota. Ook de effecten die al zichtbaar werden in de jaarrekening 2020 zijn in de Kadernota verwerkt. De raad beschikt op deze wijze over een centraal moment in het jaar waarin een integrale afweging gemaakt kan worden ten aanzien van het voorgestane beleid en de bijbehorende budgetten.
Solide financieel beleid staat voorop, maar de rijksoverheid heeft hierin ook een belangrijke rol. Voor aantal vraagstukken geldt dat deze echt op het niveau van het kabinet en de Tweede kamer moeten worden beantwoord. In een goede uitvoering kan de gemeente wel het verschil maken, maar als er sprake is van een veel te krappe budgettaire inpassing kan de gemeente dit niet uit eigen middelen goed maken of bijpassen.